1.Vaststellen agenda
Deze vergadering begint ca 5-10 minuten (ca. 16.35 uur) na aanvang middagpauze plenair
2.29362 / 36600 B, AU
Brief van de minister van BZK over werken aan balans; Modernisering van de overheid
Beslispunten
-
-wenst u de status van toezegging T04224 te wijzigen in "voldaan"?
-
-ziet uw commissie aanleiding om naar aanleiding van deze brief de status van motie-Fiers te wijzigen (nu: "niet uitgevoerd"), of wenst u eerst de ontvangst van de tweede brief en de uitkomsten van het plenaire debat af te wachten?
-
-wenst u de nu toegezonden brief van 25 september jl. (36.600 B / 29.362, AU) in behandeling te nemen? Zo ja, op welke wijze? Indien niet, wenst u eerst de toegezegde vervolgbrief en/of het debat af te wachten?
Toelichting
In uw vergadering van 22 september jl. heeft u als volgt besloten: "De commissie gaat ervan uit dat een eerder toegezegde brief (zie toezegging T04224) op dat moment [= 6 oktober - FB] ook is ontvangen en ter bespreking wordt geagendeerd. Ze verzoekt de commissiestaf dit onder de aandacht te brengen bij het departement. Te meer daar toezending van nog een tweede (vervolg)brief is toegezegd (zie toezegging T04225) en beide brieven mede ten grondslag liggen aan het artikel 51-RvO-debat van 24 november 2026 met de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën." Op 25 september jl. heeft u van de minister van BZK de betreffende brief ontvangen. Deze ligt heden ter bespreking voor.
T04224
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Fiers (GroenLinks-PvdA), Lievense (BBB), Moonen (D66), Van Hattem (PVV) en Janssen (SP), toe naar aanleiding van het rapport van de commissie-Polman, de adviezen van de ROB en de motie-Fiers
-
(1)een verkenning uit te voeren naar de financiële posities van medeoverheden en de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht door
-
(2)met de vakministeries, medeoverheden en de VNG en de ROB in gesprek te gaan.
Het doel van de verkenning is (3) om inzicht te geven in en het overzicht van de medebewindstaken te verkrijgen, te versterken en te borgen.
Deze zomer zal (4) een eerste brief (van twee) naar de Kamer worden gezonden met een samenwerkingsagenda en casuïstiek op een aantal taken, verdieping van het inzicht in de balans bij een aantal taken en lessen voor verbetering van de monitoring om het gesprek tussen overheden te verbeteren.
-
(5)Hiervoor wordt onder andere nadere duiding gegeven hoe de bijzondere fondsuitkering, de BFU, onderdeel van de te wijzigen Financiële-verhoudingswet, kan bijdragen aan een betere monitoring van taken en aan een beter gesprek hierover, zowel tussen Rijk en koepels als tussen kabinet en de Kamer.
In deze brief zal de minister tot slot (6) een expliciet tijdspad opnemen en ingaan op het vervolgproces volgend op de verkenningen dat tot besluitvorming moet leiden. Als de gesprekken als uitkomst hebben dat er aan de financiële middelen iets moet gebeuren, zal de minister dat samen met de betreffende vakminister aan de orde stellen bij de integrale financiële besluitvormingsmomenten in het voorjaar en bij de begrotingen.
In de nu ontvangen brief wordt ingegaan op de:
-
(1)verkenning in samenwerking met de (2) VNG en het IPO en naar aanleiding de adviezen van de ROB.
(4 & 6) Van de (interbestuurlijke) Samenwerkingsagenda is het het streven om deze in het Overhedenoverleg van dit najaar vast te stellen.
(3 & 6) Beide Kamers worden in november geïnformeerd over het overzicht van taken.
-
(6)Begin 2027 volgt het volledige onderzoek, met daarin ook een inventarisatie van de sturingsmogelijkheden en mate van beleidsvrijheid. Daarin zal ook worden geadviseerd, hoe het (3) overzicht structureel kan worden bijgehouden en een rol kan spelen in het gesprek tussen overheden over de balans.
-
(5)Tevens schrijft de minister dat de Bijzondere Fondsuitkering (BFU) onderdeel is van de te wijzigen Financiële-verhoudingswet, die op 6 juli jl. aan de Tweede Kamer is gezonden (Wet herziening uitkeringsstelsel financiële verhoudingen, 36.988).
-
(4)Tot slot wordt in bijlage 2 ingegaan op casuïstiek.
Ten aanzien van de balans tussen middelen en gedecentraliseerde taken staan tevens de volgende toezeggingen open:
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Geerdink (VVD), toe de Kamer een overzicht te sturen van gemeentelijke instrumenten en sturingsmogelijkheden om de kosten te beperken en daartoe een overzicht met de best practices op te stellen.
Toezegging Impactanalyse bij decentralisatie (35.570 VII / 35.570 B / 35.570 C) (T03214)
De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Nicolaï (PvdD), toe bij nieuwe decentralisaties of bij heroverweging van bestaande decentralisaties een (financiële) impactanalyse te laten uitvoeren door een onafhankelijk instituut.
Motie-Fiers (GroenLinks-PvdA) c.s. over borgen autonome taak van gemeenten (36.600 B, E)
In deze motie wordt de regering verzocht om bij de aanbieding van de begroting gemeentefonds 2026 aan het parlement expliciet te onderbouwen hoe de diverse te onderscheiden medebewindstaken adequaat gefinancierd zijn én inzichtelijk te maken hoe er voldoende budget resteert voor de autonome taak van gemeenten conform artikel 124 Grondwet en artikel 9 van het Europees Handvest inzake lokale autonomie.
De minister schrijft ten aanzien van Motie-Fiers het volgende: Met dit onderzoek naar taken en beleidsvrijheid, de balansscans en het gebruik maken van de mogelijkheden die de BFU biedt, wil ik ook gevolg geven aan de in uw Kamer aangenomen motie van het lid Fiers, die opriep bij de aanbieding van de begroting gemeentefonds te onderbouwen hoe de diverse te onderscheiden medebewindstaken adequaat gefinancierd zijn. (status nu: "niet uitgevoerd").
Vervolg
De commissie is nog in afwachting van de brief horend bij toezegging T04225, welke u volgens deze brief in november kunt verwachten. Op 3 november a.s. vindt het gesprek met de VNG en ROB plaats. Op 24 november vindt het debat op grond van artikel 51 RvO 'Gemeentefonds - inzicht in medebewindstaken (inclusief Provinciefonds)'.
Bespreking
3.36600 B / 29362, AB
Beslispunt
welke leden leveren heden inbreng voor schriftelijk overleg met de regering over de brief van 15 september jl. (EK 36.600 B/29.362, AB)?
Toelichting
Heden heeft u gelegenheid om inbreng te leveren voor schriftelijk overleg inzake de brief van 15 september jl. van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de staatssecretaris van Financiën, over het ingroeipad - het pad waarmee gemeenten sinds 1 januari 2023 naar de nieuwe verdeling van de
algemene uitkering ingroeien - van het gemeentefonds per 1 januari 2028. Deze brief is daarmee een vervolg op de brief van 28 mei jl., waarin u werd geïnformeerd over het ingroeipad vanaf 2027. In de brief van 15 september jl. werd u daarnaast toegezegd binnenkort te worden geïnformeerd over het ingroeipad vanaf 2029.
Zoals in de brief van 28 mei jl. is aangegeven, is conform het advies van de ROB van 1 april jl. het ingroeipad voor de jaren 2027 en 2028 bevroren. Het besluit nu om het ingroeipad voor het jaar 2028 gelijk te laten zijn aan dat van 2027 is een afweging geweest tussen het technisch zo correct mogelijk doen (met indexatie) conform het ROB-advies en de navolgbaarheid (zonder indexatie), gegeven dat er per 1 januari 2029 een volgende stap in het ingroeipad zal worden gezet. Gezien de beperkte financiële impact van het al dan niet toepassen van de indexatie en gegeven dat er per 1 januari 2029 een volgende stap in het ingroeipad zal worden gedaan, is in het kader van de navolgbaarheid en uitlegbaarheid ervoor gekozen om ook voor het jaar 2028 geen indexatie toe te passen.
Op 22 september jl. besloot u heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor schriftelijk overleg
