T04191

Toezegging Reactie op inspectierapporten in de jeugdbrief (36.546)



De staatssecretaris Rechtsbescherming zegt de Kamer, mede namens de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Aelst-den Uijl (SP), toe om in de eerstvolgende jeugdbrief, voorafgaand aan het wetgevingsoverleg Jeugd, uitgebreid terug te komen op de signalen en aanbevelingen uit de inspectierapporten over de jeugdbescherming en de pleegzorg.


Kerngegevens

Nummer T04191
Status openstaand
Datum toezegging 30 september 2025
Deadline 1 juli 2026
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris Rechtsbescherming
Kamerleden R. van Aelst-den Uijl MA (SP)
Commissie commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Inspectie gezondheidszorg en jeugd
Inspectie Justitie en Veiligheid
jeugdbescherming
pleegzorg
Kamerstukken Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (36.546)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 2, item 10, p. 9.

Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):

(…) Voorzitter. De rapporten van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid, "Pleegkinderen uit beeld" en "Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt", bieden een ontluisterend beeld van de hoognodige verbeteringen in de jeugdzorg. Eerdere onderzoeken lieten dit ook al zien. Een belangrijke conclusie is dat bureaucratie en een hoge werkdruk aan de basis lig- gen van de blootgestelde problemen. Mijn vraag aan de beide staatssecretarissen is dan ook: tot welke acties bren- gen deze rapporten u? Hangt dit samen met de voorliggende wet?

Handelingen I 2025/2026, nr. 2, item 12, p. 17-18.

Staatssecretaris Rutte:

(…) Dat brengt mij bij de beantwoording van de twee vragen die mij zijn gesteld. De eerste is van mevrouw Van Aelst van de SP. Het antwoord geef ik mede namens mijn collega. De vraag is: kunnen beide staatssecretarissen reageren op het rapport van de inspecties, IGJ en Inspectie JenV, over pleegzorg en jeugdbescherming, en vertellen wat ze daarmee gaan doen? Inderdaad is vorige week het rapport van de inspectie verschenen over de situatie in de jeugdbescherming en tegelijkertijd ook een rapport van de IGJ over de pleegzorg. De conclusies van de inspecties zijn stevig. Daar kunnen we niet omheen draaien. Ondanks alle inzet van partijen is er per saldo nog onvoldoende verbeterd. Ik deel de conclusie van de inspecties dat dat niet aan de jeugdbeschermers en de jeugdreclasseerders zelf ligt. Zij zetten zich elke dag met grote inzet en betrokkenheid in om in ingewikkelde situaties kinderen en jeugdigen te beschermen.

Ik herken ook dat medewerkers niet altijd kunnen doen wat nodig is om deze gezinnen goed te ondersteunen, bijvoorbeeld door personeelstekorten of een tekort aan jeugdhulp. Het wetsvoorstel waar we vandaag over spreken, beoogt bij te dragen aan tijdige en passende jeugdhulp, ook ten gunste van kinderen die te maken hebben met een jeugd- beschermingsmaatregel. De staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport en ik gaan verder met deze signalen en aanbevelingen aan de slag, samen met gemeenten, gecertificeerde instellingen en betrokken partijen. We gaan hier in de eerstvolgende jeugdbrief, die voor het wetgevingsoverleg Jeugd wordt gestuurd, verder op in. We komen hier dus uitgebreid op terug.


Brondocumenten


Historie