Verslag van de vergadering van 30 juni 2026 (2025/2026 nr. 37)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 17.11 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Hartog i (Volt):
Voorzitter. "Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker." Die slogan van de Nederlandse Belastingdienst is langzamerhand op de achtergrond verdwenen. Dat is jammer, want er is in de ogen van de Voltfractie nog heel veel makkelijker te maken in ons belastingstelsel. Ons debat concentreert zich vandaag op box 3. De noodzaak tot aanpassing van deze box vloeit direct voort uit de gerechtelijke uitspraken en is urgent. Het past ons echter om even stil te staan bij het grotere plaatje.
Wat de Voltfractie betreft hebben we nu een belastingstelsel dat serieus uit balans is. Inkomens uit arbeid worden relatief zwaarder belast dan vermogenswinsten. De regering voelt al jarenlang geen enkele urgentie om als ondoelmatig en ondoeltreffend aangemerkte fiscale regelingen af te schaffen. Daarmee gooien we ieder jaar zo'n 30 miljard euro over de balk. De geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek is onbespreekbaar, ook al is een meerderheid van partijen in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer er voorstander van. Zowel door de Europese Commissie als door vooraanstaande economen wordt ook op afschaffing aangedrongen. Dan hebben we voor de loon- en inkomstenbelasting een stelsel dat in zijn voegen kraakt. Het box 3-gedeelte was geruime tijd zelfs onwettelijk.
Voorzitter. Voor de leden van mijn fractie is belangrijkste vraag die vandaag voorligt: hoe kunnen we het belastingsysteem zo snel mogelijk hervormen tot een systeem dat breed gedragen wordt? Dat leidt vanzelfsprekend tot de vraag aan de staatssecretaris wanneer hij van plan is met een volledig nieuw stelsel te komen en wanneer dat zou moeten worden ingevoerd. Hoe wenst hij hier een breed maatschappelijk draagvlak voor te vinden? Deze bredere vragen hebben ook invloed op het standpunt dat mijn fractie aan het einde van dit debat zal innemen over het voorliggende wetsvoorstel.
Ik denk dat we met z'n allen kunnen constateren dat het wetsvoorstel geen soepel traject doorloopt. Met het idee dat het niet anders kon, heeft de Tweede Kamer het voorstel met een ruime meerderheid goedgekeurd. Daarna bleek dat het toch wel anders kon. Vandaar dat er nu aanpassingen onderweg zijn en dat er een brief is van de staatssecretaris met verdere opties. Ook met al die opties lijkt de onrust te blijven bestaan. Dat is dan ook het grootste probleem dat mijn fractie vandaag constateert. Onafhankelijk van de vraag of wij zelf aan een vermogensaanwasbelasting de voorkeur geven boven een vermogenswinstbelasting, moet naar ons idee de discussie niet gaan over het systeem zelf. Het systeem moet breed worden gedragen. De hoogte van de tarieven kan dan onderdeel van een politieke discussie zijn.
Voorzitter. In de vele bijdragen die wij van verschillende kanten hebben gehoord, worden allereerst de voor- en nadelen van een systeem gebaseerd op vermogensaanwas en een systeem gebaseerd op vermogenswinst besproken. Op basis van de memorie van toelichting begrijpen de leden van mijn fractie de door de regering gemaakte keuze. Begrip staat natuurlijk niet gelijk aan steun. Het is goed om inkomen te belasten op het moment dat het aanwezig is, dus als het in de economie is gegenereerd. Belasting betalen op dat moment kan rechtvaardig zijn. Met uitzondering van pensioensparen kan ook belasting over inkomen uit arbeid niet worden uitgesteld. Het probleem van de papieren winst, de illiquiditeit van het inkomen, is natuurlijk wel een praktisch probleem. Het is maatschappelijk niet slim en ook voor de belastingbetaler niet fair om door belasting te innen de capaciteit om inkomen uit vermogenswinst te genereren te beperken. Dat is ook wat ik uit de vele bijdragen begrijp. De mensen zeggen dat ze best wel belasting willen betalen als het inkomen ook vrij beschikbaar is.
Voorzitter. Het kabinet heeft met een brief aangegeven bereid te zijn om met wijzigingsvoorstellen te komen die het maatschappelijke draagvlak voor het nieuwe box 3-systeem zullen vergroten. Daar slagen ze echter wat de leden van mijn fractie betreft niet in. Alle voorstellen leveren minder belasting op vermogen op. Het liquiditeitsvraagstuk wordt dan een solvabiliteitsvraagstuk. Wat ons betreft leiden alle voorgestelde oplossingen tot twee grotere problemen: enerzijds lossen ze het liquiditeitsvraagstuk niet op en anderzijds leiden ze tot een derving van belastinginkomsten.
Op het eerste punt vragen de leden aan de staatssecretaris welke liquiditeitsoplossingen hij zou kunnen bieden. Als antwoord op verschillende vragen over bijvoorbeeld de wijze waarop mensen belasting kunnen betalen over geld dat ze nog niet hebben, wijst de staatssecretaris op mogelijkheden voor een betaalregeling. Waarom stelt de staatssecretaris dan geen gestructureerde, automatische betalingsregeling voor papieren winsten voor, een soort omgekeerd spaarpotje? De daadwerkelijke cashflow kan dan op een bepaald moment in de toekomst, bijvoorbeeld bij de verkoop van het relevante vermogensbestanddeel, worden betaald. Door dit te doen ziet de belastingbetaler ook al wat het netto-inkomen zal zijn en wacht hem of haar geen grote schok.
Dan hebben de leden gekeken naar de kosten van de verbeteringsvoorstellen van de staatssecretaris. Deze moeten natuurlijk goed gemanaged worden. Datzelfde geldt ook wanneer wij als Kamer besluiten niet tot een vermogensaanwasbelasting als tussenstap te komen, maar direct naar een vermogenswinstbelasting te gaan. De kosten kunnen voor 2029 oplopen tot 2,4 miljard euro. De leden van mijn fractie hebben recentelijk gezien dat de regering op twee manieren met dit soort tekorten omgaat. De eerste, die in het verleden de voorkeur van het CDA en D66 genoot, is om de tabelcorrectiefactor voor inkomstenbelasting in box 3 niet toe te passen. Ik kan u nu al zeggen dat dit niet de instemming van de leden van de Volt-fractie zal krijgen. De tweede ligt misschien iets meer voor de hand. Bij de discussie over de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp hebben we gezien dat de minister van Financiën zeer ruimhartig is in de toepassing van kasschuiven. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook waarom het niet mogelijk is om via een kasschuif naar 2034 inkomsten van 2029 naar achteren te schuiven. Dit past in het beleid. Zowel bij de voorgestelde liquiditeitsoplossing als bij de directe overstap naar een vermogenswinstbelasting is de totale opbrengst over de tienjaarsperiode gelijk. Alleen de verdeling over de jaren is wat anders. Dat is nu precies waar de kasschuif voor is bedoeld.
Voordat ik afsluit, zou ik nog wel een winstwaarschuwing willen geven voor het geval deze Kamer nu al tot een vermogenswinstbelasting besluit. Ook daarbij kunnen excessen optreden, bijvoorbeeld door winst op aandelen uit te stellen en tegen deze aandelen te lenen. De leden van mijn fractie zullen daar scherp naar kijken.
Aan de positieve kant lijkt de staatssecretaris op termijn ruimte te zien voor een Europese beleggingsrekening, zoals die bijvoorbeeld in Zweden bestaat en in Ierland wordt overwogen. Een dergelijke rekening stelt de zogenaamde kleine belegger in staat om op relatief gunstige voorwaarden een buffer op te bouwen en op die manier aan de Europese economie bij te dragen. Dat is flankerend beleid dat wellicht het draagvlak voor het nieuwe stelsel kan vergroten. Kan de staatssecretaris iets meer zeggen over de tijdslijn die hij voor een Europese beleggingsrekening voorziet? Uiteindelijk gaat het erom de Nederlandse belastingbetaler naar draagkracht te laten bijdragen aan het gave land waarin we leven.
Wat de leden van de Volt-fractie betreft gaat het dan niet aan de hardwerkende Nederlander achter te stellen bij de vermogende Nederlander. Nog minder gaat het aan, de sociaal zwakkeren nog meer achter te stellen dan we nu al doen. Voor hen zou het nieuwe belastingstelsel misschien wel iets leuker mogen zijn. Wij kijken uit naar de antwoorden van de staatssecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Griffioen. Hij spreekt namens de fractie van D66.