Verslag van de vergadering van 29 juni 2026 (2025/2026 nr. 36)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 18.43 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Hartog i (Volt):
Voorzitter. Een uitgebreide behandeling van de Defensiebegroting en de begroting voor defensiematerieel in deze Kamer is ongebruikelijk en wat de leden van de fractie van Volt en de Fractie-Van de Sanden betreft moet dat ook zo blijven. Het past beide Kamers om de volledige steun uit te spreken aan de mensen die bereid zijn de verdediging van ons land militair op zich te nemen. Juist de eerste week na Veteranendag kunnen we dat niet voldoende benadrukken.
Wat de leden van beide fracties betreft moet dan ook de uitvoerbaarheid van de begroting vandaag centraal staan. Wij vragen de Nederlandse bevolking om een substantiële bijdrage, en dan gaat het niet aan om het geld lichtvaardig uit te geven. Ook columnist Marike Stellinga zei onlangs in NRC: "Want we kunnen wel heel makkelijk 3,5% van het bbp uitgeven aan defensie zonder onafhankelijker te worden van de VS." Ik wil daarom vandaag twee thema's aan de orde stellen. Het eerste thema gaat over de onafhankelijkheid, over de daadwerkelijke zeggenschap die wij in Nederland hebben over oorlog en vrede. Kan ik als burger mijn minister van Buitenlandse Zaken en mijn minister van Defensie voldoende democratisch aansturen? Hoe kan ik ervan verzekerd zijn dat de krijgsmacht, die als taak heeft mij en mijn naasten te beschermen, ook daadwerkelijk mij zo direct mogelijk vertegenwoordigt? Is er eenhoofdige leiding of moeten wij beslissingen via een diffuus systeem blijven nemen?
In de huidige geopolitieke wereld dienen zich vragen aan die wij ons al 80 jaar niet meer hebben hoeven stellen. Tot voor kort hadden alle NAVO-leden de neuzen in dezelfde richting. Dat is niet meer het geval. Als gevolg daarvan heeft zich de vraag opgeworpen hoe de Europese NAVO-leden zich onafhankelijker kunnen bewegen. Die vraag slaat direct op de voorliggende begroting. De minister zei in het debat in de Tweede Kamer dat "Nederland inmiddels wakker is uit de geopolitieke winterslaap, maar sommige mensen hun pyjama nog aanhebben." Ook de staatssecretaris spreekt in dat debat van "sleepwalkers", slaapwandelaars in het Nederlands. Wat de beide fracties betreft ligt daarom de vraag voor of wij met deze begroting nog even rustig een koffietje pakken of dat wij, na wakker te zijn geworden, vol aan de slag gaan.
Deze begroting gaat organisatorisch nog volledig uit van de oude situatie in NAVO-verband. Die gaat uit van onze volledige, eenzijdige afhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika, maar met een verhoogde Europese bijdrage. De capaciteitsbijdragen van de verschillende NAVO-leden worden nog steeds vanuit het oude concept van indivisible security aangestuurd. Daarmee riskeren wij binnen de begroting 2026 niet de juiste balans te vinden in waar we het geld aan uitgeven. Vanuit verschillende hoeken komen de laatste tijd positieve signalen. Recentelijk gaf de minister van Buitenlandse Zaken in zijn internationaleveiligheidstrategie aan dat wij de afhankelijkheid van de VSA op het gebied van veiligheid willen verminderen, met name op het gebied van luchtverdediging en inlichtingen. Staat de minister van Defensie ook achter deze opmerking? Uit antwoorden en briefingmateriaal blijkt dat Nederland ook daadwerkelijk werkt aan een verminderde materiële afhankelijkheid. De overkoepelende vraag aan de minister is wat een grotere Europese onafhankelijkheid betekent voor de begroting van vandaag.
Voorzitter. Ik wil daarbij twee dingen direct parkeren. Allereerst moeten de vragen en opmerkingen van beide fracties niet worden uitgelegd als een anti-NAVO-verhaal. Ook willen wij voor zolang het kan, nauw samenwerken met de VSA en andere partners. Wij denken dat dit van wederzijds belang is. Echter, we willen er wel voor zorgen dat we niet langer chantabel zijn door onze veiligheidsafhankelijkheid. Deze afhankelijkheid kost ons vandaag 15% op de uitvoer naar de VSA en heeft ons ook tot unilaterale tariefverlagingen op importen uit dit land gedwongen. Ook is het geenszins de bedoeling van de fracties om nu een debat te voeren over de vandaag gepubliceerde Defensienota. Het is goed dat die er is om een nieuwe koers vast te stellen, maar dat moet het kabinet met de Tweede Kamer doen.
De vraag die de beide fracties vandaag stellen, is hoe wij het beste de controle over onze defensie terugkrijgen. Hoe voorkomen wij dat Nederlandse, maar ook andere Europese militairen in gevechtshandeling opeens geconfronteerd worden met het ontbreken van noodzakelijke capaciteiten zoals inlichtingen en satellietbeelden? De fractie van Volt heeft daar ook schriftelijke vragen over gesteld. Wij zeggen allemaal dat het Oekraïense leger onze voorpost is in de verdediging tegen Russische agressie, maar we accepteren nog steeds dat Duitsland de Taurusraket niet aan Oekraïne ter beschikking stelt.
Uit de antwoorden op gestelde vragen blijkt dat er op dit moment nog geen omslag naar een modulaire NAVO wordt gemaakt op het vlak van de strategische capabilities. Een modulaire NAVO zou betekenen dat zowel de EU als de VSA onafhankelijk kunnen opereren, maar elkaar binnen de NAVO versterken. Dat vergt andere doelen voor iedere NAVO-lidstaat. Waarom wordt hier binnen de NAVO niet op ingezet, vragen wij de minister. De beide fracties vragen zich overigens af hoe het mogelijk is dat de Amerikanen zich aan de opgelegde capaciteitsdoelen kunnen houden met een substantiële vermindering van hun troepen in Europa. Kan de minister ons dit uitleggen?
Ik geloof dat wij het er snel over eens kunnen worden dat een volledige zelfstandigheid voor Nederland niet echt een optie is. Wij zullen nooit alleen alle benodigde gevechtscapaciteit kunnen leveren. De keuze is dus tussen intergouvernementele samenwerking, zoals het kabinet dit voorstelt, of een Europese Unie met een volledige bevoegdheid voor defensie en buitenlands beleid. Mijn Voltcollega's in het Europees Parlement hebben samen met nog 48 Europarlementariërs voorstellen gedaan voor een sterke Europese tak binnen de NAVO, waarbij de EU zelf verantwoordelijk is voor communicatiesystemen, commandostructuren, flitsmacht en enablers. Hoe reageert de minister op deze oproep? Ook parlementariërs van de VVD en D66 hebben zich erachter geschaard. Voorts moeten we een Europees Schengen hebben dat militair vervoer binnen dat gebied vergemakkelijkt.
Daarom denken de leden van beide fracties dat wij verder moeten gaan dan intergouvernementele samenwerking. Allereerst is recentelijk nog gebleken dat zelfs samenwerking bij het inkopen van materieel moeilijk verloopt. Natuurlijk kunnen we het op een aantal investeringen met elkaar vinden. Echter, schattingen suggereren dat Europese landen zo'n 100 miljard euro gaan verspillen vanwege het gebrek aan echte defensie-integratie. Moeten we daar een veiligheidsbijdrage voor vragen aan onze bevolking? Is de minister bereid een studie naar de kosten van een non-EU op het gebied van defensiematerieel te ondersteunen?
Het is ronduit teleurstellend dat Frankrijk en Duitsland het niet eens kunnen worden over de specificaties van het gevechtsvliegtuig van de toekomst. Welke rol heeft Nederland overigens gehad in dit debat, zo vragen de beide fracties de staatssecretaris. Mocht het de twee landen wel gelukt zijn, dan weet ik zeker dat wij ook serieus over de aanschaf van dat vliegtuig zouden hebben moeten nadenken. De leden van beide fracties vragen de staatssecretaris welke rol de universiteiten van Eindhoven en Delft kunnen spelen in die bredere samenwerking. Hoe betrekt de staatssecretaris een bedrijf als Destinus in zijn beleid? Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om ook de Einsteintelescoop van nut te laten zijn voor militaire samenwerking?
Voorzitter. Dat brengt mij kort op het Nederlandse initiatief om een eigen agentschap op te zetten voor disruptieve innovatie: NADI. Dat zou het Amerikaanse DARPA-model moeten spiegelen. Is dit nu echt de juiste weg, vragen de leden van beide fracties aan de staatssecretaris. Is dit nu niet juist een punt dat we mee moeten nemen in de besprekingen over het Meerjarig Financieel Kader van de EU? Hoeveel geld zou dit de Nederlandse schatkist besparen op het nationale budget als dit via de EU zou lopen? Echte samenwerking op materieelgebied vraagt om een eenduidige en eensluidende politieke sturing. Die politieke sturing kan niet efficiënt en niet effectief zijn met 27 ministers van Defensie, die 27 krijgsmachten aansturen, die op hun beurt ook nog eens met 4 of 5 andere krijgsmachten zijn geïntegreerd. Ik vraag de collega's in de Kamer om zich even in te beelden wat dit mogelijk in de toekomst betekent ingeval van agressie van buitenaf.
Het is prima dat onze marine nauw samenwerkt met de marine van het Verenigd Koninkrijk. Daarbij zijn wij natuurlijk de kleinere partij. Dat betekent dat wij indirect afhankelijk zouden kunnen worden van besluiten van een eerste minister als Nigel Farage. Hetzelfde zou kunnen gebeuren als we de samenwerking met de Fransen zoeken op maritiem gebied of nucleair gebied. Onze baas zou zomaar eens Jordan Bardella kunnen zijn, of Jean-Luc Mélenchon. Als Nederlander hebben wij geen enkele invloed op de keuze die de Franse kiezer in het welbegrepen eigenbelang gaat maken. Die bepaalt echter wel hoe wij tegen een mogelijke vijand gaan optreden. Moeten wij na die afhankelijkheid van een politiek leider aan de andere kant van de oceaan nu overgaan op afhankelijkheid van een politiek leider op ons continent? Wat de leden van de Voltfractie en de Fractie-Van de Sanden betreft kunnen we die stap beter overslaan.
Voorzitter. De leden van beide fracties realiseren zich terdege dat onze visie voorlopig nog niet breed gedeeld wordt. Maar dan denk ik aan twee uitspraken van een bekende Nederlandse voetballer, die ook voor Feyenoord veel heeft betekend: Johan Cruijff. De eerste uitspraak is heel bekend: "Je gaat het pas zien als je het doorhebt." Hij zei ook: "In voetbal is het simpel: je bent op tijd of je bent te laat. Als je te laat bent, moet je zorgen dat je op tijd vertrekt." Wat ons betreft moeten we nu starten met de opbouw van een EU-leger als je over tien jaar op tijd wil aankomen. De regering maakt in de ogen van onze fracties slechts een halfzachte Europese keuze. Ik hoop echter wel dat de minister een aantal vragen hierover zal kunnen beantwoorden. Hoe reflecteert de voorliggende begroting de behoefte aan meer flexibiliteit in de militaire samenwerking? Welke mechanismen zetten wij nu al met gelijkgezinde EU-partners op om een eventuele versterkte integratie van de krijgsmachten te bevorderen, zowel militair als politiek? Ziet de minister een mogelijkheid om binnen nu en twintig jaar als Europese Unie volledig autonoom te functioneren binnen onze eigen verdediging?
Voorzitter. Als tweede thema willen de leden van de twee fracties de grenscontroles aan de binnengrenzen van de EU aan de orde stellen. Deze minister is hiervoor budgettair verantwoordelijk. Uit de schriftelijke rondes wordt nog steeds niet helemaal duidelijk wat de kosten van deze operaties zijn. Ze worden blijkbaar drie keer per week uitgevoerd. Wel is duidelijk dat deze controles in de periode van 9 december 2024 tot en met 8 maart 2026 netto hebben geleid tot een verhoogde instroom van 440 asielzoekers, een verhóógde instroom van 440 asielzoekers. Dat komt doordat Duitsland en België meer mensen terugsturen naar Nederland dan omgekeerd. Wat heeft dit voor zin, vraag ik de minister. Waarom stellen wij aan de ene kant dat de Nederlandse belastingbetaler meer moet gaan bijdragen aan defensie ten koste van de sociale zekerheid en gebruiken we dit geld vervolgens voor nutteloze controles? Wat denkt de minister dat dit met het draagvlak voor defensie doet? Waarom geeft de minister deze interne grenscontroles prioriteit boven bijvoorbeeld het strenger controleren van inkomende privévluchten? Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat we niet eens weten welk percentage van die vluchten gecontroleerd wordt. Hoe reflecteert de minister op de duidelijke boodschap vanuit de Europese Commissie dat deze interne grenscontroles niet, of niet meer, passen binnen het Schengenverdrag? Waarom blijft de regering hier in aangepaste vorm mee doorgaan als zij ervan overtuigd is dat de recentelijk in werking getreden asielmaatregelen effectief zijn? Dit kabinet zegt de oppositiepartijen een handreiking te willen doen. Zou een toezegging op dit punt niet een hele mooie zijn? Ik denk eerlijk gezegd dat de beide fracties daarmee een heel goedkope date zouden zijn voor deze regering, zelfs een date die geld oplevert.
Voorzitter. Ik vat het samen. Als wij als Europese Unie echt eigen keuzes willen maken over onze militaire verdediging, zullen we nu een eigen EU-krijgsmacht moeten opbouwen en een eenduidig buitenlandbeleid moeten gaan voeren. Dat vergt moed en tijd. Het zal uiteindelijk wel de juiste keuze zijn. De keuze maken we wel vandaag. Als tweede punt heb ik de minister gevraagd het Schengenverdrag weer geheel in ere te herstellen en te stoppen met onnodige grenscontroles tussen Nederland en Duitsland en tussen Nederland en België. Ik hoop dat de oproep van de leden van de Voltfractie en de fractie-Van de Sanden gehoor vindt. Ik kijk uit naar de antwoorden van de bewindspersonen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Apeldoorn. Hij spreekt namens de fractie van de SP.