Plenair Karimi bij voortzetting behandeling Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026



Verslag van de vergadering van 16 juni 2026 (2025/2026 nr. 34)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 19.47 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Karimi i (GL-PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister voor de beantwoording van de vragen. Ik denk dat wat wij vandaag hebben meegemaakt eigenlijk aangeeft hoe je als minderheidskabinet met de oppositie aan de slag gaat. Dat is een beetje onwennig. Normaal gesproken heb je als coalitie een meerderheid. Dan heb je een besluit genomen, kom je hier en ben je klaar. In dit geval is het een experiment; dat hebben wij bij het begin van dit kabinet al gezegd. Een minderheidskabinet kan ook een risicovol experiment zijn. Tegelijkertijd hebben wij aangekondigd dat wij als PRO, als GroenLinks-PvdA, verantwoordelijk oppositie willen voeren.

Dit kabinet heeft de keuze om soms naar rechts en soms naar links te kijken. Bij het begin van de begrotingsbehandeling heeft de minister geprobeerd om via rechts zijn begroting in de Tweede Kamer rond te krijgen. Dat heeft hij niet alleen geprobeerd, maar ook gedaan. Ik zeg met nadruk richting mijn linkse vrienden dat wij ons uiterste best hebben gedaan om die weg af te snijden en ervoor te zorgen dat er met links zakengedaan zou worden. Daarom is die deal ook gesloten. Ik vind dat de minister dat heel nadrukkelijk heeft gezegd en duidelijk heeft gemaakt. Daarmee is er dit jaar gewoon extra geld beschikbaar. Daar is geen discussie over mogelijk. Dat geld gaat naar mensen die grote noden hebben. Die urgentie is enorm. Daarmee is voor deze begroting een keuze gemaakt die kan rekenen op onze steun. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om te benadrukken dat we er niet zijn. Dat heb ik ook in mijn eerste termijn gezegd.

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Ik denk dat een reactie toch niet kan uitblijven, aangezien collega Karimi onder anderen mij en mijn fractie direct aansprak. Als er deals gesloten moeten worden, heeft het onze voorkeur dat dit kabinet een deal sluit over links in plaats van over rechts. Dat is natuurlijk mooi, denk ik. Maar laat er dan ook een linkse, progressieve en zo u wil barmhartige begroting voor Ontwikkelingssamenwerking uit komen, waar wij dan ook met z'n allen als links progressief sociaal-christelijk blok achter kunnen staan. Laat het dus niet een PVV-begroting zijn, waarin de begroting van 2,4 miljard grotendeels, voor 90%, overeind blijft, de koppeling op geen enkele manier hersteld wordt, het percentage dat uitgegeven wordt aan ontwikkelingssamenwerking in termen van het bni de komende jaren weer naar beneden gaat, en we enkel geld uit de toekomst naar voren halen, wat dan later weer aangevuld moet worden, maar waarvoor geen enkele garantie wordt gegeven. Ook deze minister geeft in de beantwoording in de eerste termijn niet de garantie dat dat dat aangevuld zal worden. Ik wil dus toch even stellen dat ik het mooi vind dat het kabinet naar links kijkt. Maar vervolgens helpt links, althans PRO, deze rechtse regering aan een meerderheid voor een PVV-begroting. Daar scheiden onze wegen.

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Dat is allemaal voor rekening van collega Van Apeldoorn. Feit is alleen dat er dit jaar extra geld bij gekomen is. Ik ben niet gelukkig met die bezuinigingen; dat hebben we allemaal gezegd. Ik denk dat onze waarschuwing richting de volgende begroting ook heel erg duidelijk is. Ik heb hier de motie van collega Holterhues mee. Ik zou die letterlijk nog een keer kunnen indienen. Dat ga ik natuurlijk niet doen, want die motie staat er al. Die motie gaat niet weg. Die motie ga ik nog een keer onder de aandacht van de minister brengen. Volgens mij heeft het debat dat we vandaag hebben gehad echt duidelijk gemaakt dat met hetzelfde verhaal, met dezelfde bezuinigingen, zonder een substantiële beweging richting 0,7%, de volgende begroting het hier niet haalt. Dat wil ik hier nogmaals herhaald hebben.

Voorzitter. Ik wil afsluiten met een laatste punt. Ik had vanochtend een ontmoeting met de ambassadeur van Oekraïne, de heer Kostin. Hij vertelde wat er in de winter aan de hand was, namelijk aanvallen op energiecentrales, waardoor Oekraïners in de kou zaten en soms in -20 moesten overleven. Op dit moment zijn de aanvallen gericht op watercentrales. Ze weten ontzettend goed wat ze moeten aanvallen om de mensen daar hartstikke hard te raken. In die zin ben ik heel erg blij dat de hulp aan Oekraïne ook nu, in 2026, plaatsvindt. Ik wil graag de minister vragen of hij het punt van de watercentrales wil meenemen in gesprekken die hij heeft met Oekraïense collega's.

Dank u wel.

De heer Schalk i (SGP):

Even een vraag aan mevrouw Karimi. Elke keer als er in het debat over UNRWA werd gesproken, hoorde ik van de zijkant protesten, van "dat heb ik niet gevraagd" en dergelijke. Ik pak er even bij wat de onvolprezen meeschrijvers, zeg maar, al hebben aangeleverd. Daar zie ik gewoon staan wat mevrouw Karimi heeft gezegd: "Ten vierde wordt de UNRWA hersteld. Voor mijn fractie was het herstel van de bijdrage aan UNRWA een belangrijke voorwaarde." Dat is gewoon de tekst die mevrouw Karimi heeft gezegd. Met andere woorden: volgens mij is dat onderdeel van de deal. Anders heb je geen "ten vierde"; dan heb je gewoon een onderwerp. Maar hier is mevrouw Karimi vier punten aan het noemen over hoe belangrijk het was dat ze deze deal heeft gemaakt. Dit vierde punt heeft ze in haar eerste termijn in ieder geval zelf benoemd. Dat wilde ik graag even aan de orde stellen.

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Dank aan collega Schalk. Dat geeft mij de gelegenheid om terug te komen op dit misverstand. Ik begon mijn betoog met zeggen waarom wij toch nog vóór de begroting zullen stemmen. Daarover heb ik gezegd, en dan lees ik letterlijk vanuit mijn tekst: "Waarom? Omdat de uitkomsten van de debatten in de Tweede Kamer en de gemaakte afspraken met ons op een aantal cruciale punten tegemoetkomen aan onze bezwaren." Toen heb ik die vier punten benoemd. De UNRWA-discussie is eigenlijk van maart. Dat heeft helemaal niks te maken met een deal. Maar was het niet geregeld, had de minister het besluit niet genomen, dan was dit zeker onderdeel geweest van onze gesprekken.

De heer Schalk (SGP):

Een laatste verhelderende vraag. Als nu blijkt uit die onderzoeken, zoals zojuist gemeld door collega Van Bijsterveld, dat nog steeds die banden zijn met Hamas, is mevrouw Karimi dan ook bereid om te zeggen: dan laten we deze eis, wens of ernstige voorwaarde om gelden ook beschikbaar te stellen voor UNRWA, vallen?

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Ik kan een heel flauw antwoord geven en zeggen: ik geef geen antwoord op als-danvragen. Dat is wat je normaal in de politiek doet. Dat doe ik dus niet. Ik ga er inhoudelijk op in. De minister heeft van alle aantijgingen die tot nu toe tegen UNRWA zijn geweest, aangegeven hoe rapporten het duidelijk maken. Als er een kwestie is, treedt UNRWA ook op. Dat is heel belangrijk. Ik ga nu bijvoorbeeld dus niet zeggen: als er een casus zou zijn, is het afgelopen met UNRWA. Dat ga ik zeker niet doen.

De voorzitter:

De heer Hartog is aan de beurt. O, de heer Koffeman heeft nog een interruptie. Ik hoop dat we nu niet allerlei uitgebreide discussies gaan hebben, want ik heb echt een deadline om 21.00 uur.

De heer Koffeman i (PvdD):

Heel kort. Ik wil, via u, voorzitter, graag iets aan collega Karimi vragen. Collega Karimi zegt: ik ga niet in als-danvragen. Dat begrijp ik. Maar zij poneert zelf een als-danstelling. Ze zegt namelijk tegen de minister: als het volgend jaar weer zo is, dan stemmen we de begroting af en krijg je hem er niet door. Ik zou van die als-danstelling het volgende willen weten. Wat zijn uw overwegingen om nu te zeggen dat we in ieder geval nu kunnen helpen, omdat, zoals de hulporganisaties ook zeggen, die mensen nu geld nodig hebben? Hoe is dat volgend jaar, als diezelfde situatie zich voordoet en u zegt: ik ga de begroting toch niet steunen?

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Deze discussie hebben we vanochtend gehad. Ik heb uitvoerig antwoord gegeven op de vraag waarom wij die overweging gemaakt hebben zoals wij hem gemaakt hebben, namelijk dat het een regering is die nu aantreedt en die een begroting heeft overgenomen. Daar ben ik absoluut niet gelukkig mee; dat weet u ook. Dan is er een begrotingsbehandeling in juni, met tegelijkertijd een suppletoire begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer. Daar moet je dus een keuze maken. Die keuze is de volgende. Aan de ene kant: laat ik het kabinet via rechts gaan, de VVD een plezier doen, het verder uitkleden en er dan misschien ook hier nog een meerderheid voor krijgen? Of, aan de andere kant: doe ik m'n uiterste best om toch in ieder geval onze minimumeis, namelijk herstel van de koppeling, te realiseren en dan door te gaan? Maar voor 2027 maken we de wens van deze Kamer heel helder en duidelijk: die koppeling moet echt betekenisvol moet zijn en er moet extra geld bij komen.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Hartog van Volt.