Plenair Hartog bij behandeling Wet strafbaarstelling conversiehandelingen



Verslag van de vergadering van 2 juni 2026 (2025/2026 nr. 31)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 17.55 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Hartog i (Volt):

Voorzitter. Sta mij toe om ook namens de leden van de Voltfractie onze dank uit te spreken aan de initiatiefnemers van dit wetsvoorstel. De memorie van toelichting maakt in de ogen van de leden van mijn fractie duidelijk dat er behoefte is aan de vastlegging van een duidelijk omlijnd verbod op conversiehandelingen in het Wetboek van Strafrecht. Zowel in de schriftelijke ronde als in het debat tot nu toe zijn verschillende aspecten aan de orde gekomen. Ik vond het een rijk debat, een verrijkend debat, en ik dank ook de collega's daarvoor. Wat de uitkomst ook zal zijn, ik denk dat dit debat op zichzelf al waardevol is geweest.

Mijn fractie wil vandaag iets nadrukkelijker de Europese dimensie van dit wetsvoorstel aan de orde stellen. Dat zal u niet verbazen. Wij hebben daarover enkele vragen. We kijken daarbij met name naar het actuele Europese burgerinitiatief dat ruim twee jaar geleden bij de Europese Commissie is ingediend. Meer dan een miljoen burgers van de Europese Unie hebben in het afgelopen jaar aangegeven dat zij binnen de Europese Unie actie willen zien om het aanbieden van conversiehandelingen te verbieden. Het Europees Parlement steunt hen daarin en de Europese Commissie heeft onlangs aangekondigd dat zij in 2027 met een aanbeveling zal komen om dit verbod te verwezenlijken. Dat leidt bij de leden van mijn fractie tot de volgende vragen. Het wetsvoorstel dateert van voor het burgerinitiatief. Kunnen de indieners aangeven hoe het onderhavige voorstel zich verhoudt tot dat initiatief? Zijn er aspecten van het burgerinitiatief die niet zijn meegenomen in het wetsvoorstel? Zo ja, welke zijn dat en wat zou daar volgens de indieners aan moeten worden gedaan? Ook vragen de leden van de Voltfractie aan de minister welke acties hij voornemens is richting de Europese Commissie te ondernemen, nadat dit wetsvoorstel is aangenomen. Hoe kan de minister eraan bijdragen dat de aanbevelingen van de Commissie en de voorliggende wet goed op elkaar aansluiten? Uit de memorie van toelichting blijkt dat de initiatiefnemers met name hebben gekeken naar de regelgeving in Duitsland ten aanzien van het verbieden van conversiehandelingen. Inmiddels hebben echter acht lidstaten wetgeving aangenomen om conversiehandelingen te verbieden. Ik zal die landen niet opnieuw noemen; dat is al gebeurd. Het is altijd moeilijk om wetgeving tussen landen te vergelijken. Die moet worden bezien in de context van nationale of regionale wetgeving en cultuur. Toch is het relevant om in die vergelijking niet al te veel uit de pas te lopen. Daarom vragen de leden van de Voltfractie aan de indieners of zij willen reflecteren op deze internationale en Europese inbedding. Met name rijst de vraag of de definitie van conversiehandelingen en de reikwijdte van het verbod tussen de verschillende landen overeenkomen. Hoe zit het met de minimum- en maximumstraffen die op deze handelingen staan? Komen die overeen?

Het valt de leden van mijn fractie ook op dat het verbod niet van kracht is in Scandinavische landen. Dat zijn landen die normaal gezien toch vooroplopen bij de rechten en de bescherming van de lhbtiq+-gemeenschap. Wat kan daar de reden voor zijn?

Ik wil het bij deze korte vragenlijst laten. Ik geef daarbij mee dat de leden van de Voltfractie het eens zijn met de sprekers die zich voor deze wet hebben uitgesproken. In het kort: conversiehandelingen werken niet, ze veroorzaken aantoonbaar ernstige psychische schade, het idee achter de conversiehandelingen is gebaseerd op foute aannames en ze zijn in onze ogen strijdig met de mensenrechten. De leden van de Voltfractie kijken uit naar de antwoorden van de indieners en de minister.

De heer Schalk i (SGP):

Ik zal het bij één vraag houden, voorzitter, omdat u mij net zo veel ruimte hebt gegeven. De Voltfractie vraagt bij bijna elke wet die met kinderen te maken heeft, naar een kinderrechtentoets. Vindt de heer Hartog dat de …

De heer Hartog (Volt):

Wij vinden dat bij iedere wet de kinderrechtentoets zou moeten worden gedaan. Absoluut!

De heer Schalk (SGP):

Zou dat bij deze wet ook moeten gebeuren?

De voorzitter:

De heer Schalk, u had één vraag. De heer Hartog.

De heer Hartog (Volt):

Wij vinden dat bij iedere wet een kinderrechtentoets moet worden gedaan. Helaas vindt deze Kamer dat niet, want de moties daartoe worden afgewezen. Als er geen kindertoets wordt gedaan, betekent dat echter niet dat we de wetten niet gaan behandelen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag tot slot het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van Fractie-Visseren-Hamakers.