Korte aantekeningen vergadering commissie Europese Zaken (EUZA) van 2 juni 2026




1. 21.501-02 EK, IH

Geannoteerde agenda Raad Algemene Zaken, 26 mei 2026

Naar aanleiding van de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken van 26 mei 2026 wordt inbreng geleverd door de Volt-fractie, mede namens de fractie van OPNL en de Fractie-Visseren-Hamakers.

2. Staat van de Unie en Algemene Europese Beschouwingen 2026

Brief van de minister van BZ over Staat van de Unie 2026; Staat van de Europese Unie 2026

Met oog op de verwachte druk op de plenaire agenda voor het zomerreces, besluit de commissie om de Algemene Europese Beschouwingen (AEB) te verplaatsen na het zomerreces, bij voorkeur in september. Daarbij tekent het lid Ramsodit (Groenlinks-PvdA) aan het (meermaals) doorschuiven van de AEB onwenselijk te vinden.
De griffie zal de beschikbaarheid van de minister nagaan en bij de volgende commissievergadering mogelijke data voorleggen.

De commissie besluit om bij de volgende vergadering schriftelijk overleg met de regering inzake de Staat van de Unie te agenderen en dit mogelijk te combineren met inbreng inzake het Meerjarig Financieel Kader (onder voorbehoud voorzien voor 30 juni 2026).

3. 21.501-02 EK, II

Verslag informele Raad Algemene Zaken 11 mei 2026

De commissie neemt kennis van het verslag van de informele Raad Algemene Zaken van 11 mei 2026.

4. Rondvraag

Het lid Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden) spreekt, mede namens het lid Fiers (Groenlinks-PvdA), naar aanleiding van hun rapporteurschap over de digitale omnibus en de digitale omnibus AI zorgen uit over het ontbreken van impact assessments bij EU-omnibuswetgeving.
Aangezien dit onderwerp de digitale omnibuswetgeving overstijgt, verzoekt hij dit in de commissie EUZA in breder verband te bespreken. Een notitie zal met de commissie gedeeld worden. De commissie besluit dit thema bij een volgende vergadering te agenderen.


De griffier van de commissie,
Ilse van den Driessche