Plenair Musa bij behandeling Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen



Verslag van de vergadering van 26 mei 2026 (2025/2026 nr. 30)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.12 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Musa i (VVD):

Voorzitter. Vandaag bespreken we de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen, voor het primair en voortgezet onderwijs. Het is voor mij bijzonder dat ik juist over onderwijs mijn maidenspeech mag houden, omdat onderwijs uiteindelijk de reden is dat ik hier vandaag sta.

Toen ik net werd geïnstalleerd, vroegen collega's mij waar mijn affiniteit met onderwijs vandaan komt en of ik blij was met deze portefeuille. Mijn antwoord daarop is eigenlijk heel eenvoudig: het Nederlandse onderwijs heeft mijn leven veranderd. Mijn ouders kwamen vanuit Pakistan naar Nederland op zoek naar vrijheid, kansen en goed onderwijs voor hun kinderen. Mijn vader was leraar in Pakistan en geloofde heilig in de kracht van onderwijs. Ik ben geboren in Quetta in de provincie Beloetsjistan, vlakbij Afghanistan. De kinderrechten- en vrouwenrechtenactivist en Nobelprijswinnaar Malala Yousafzai groeide op in de Swatvallei in Pakistan. We komen allebei uit tribale regio's waar onderwijs voor meisjes nog altijd niet vanzelfsprekend is. Net als de ouders van Malala geloofden ook mijn ouders sterk in onderwijs voor meisjes. Zij vonden dat dochters dezelfde kansen verdienen als zonen.

Mijn grootouders kwamen oorspronkelijk uit Afghanistan. Daardoor was binnen mijn familie altijd zichtbaar hoe kwetsbaar onderwijs, vrijheid, veiligheid en vrouwenrechten kunnen zijn. Vandaag de dag mogen meisjes daar zelfs helemaal niet naar school. Vanuit Nederlands perspectief is dat nauwelijks voorstelbaar. Juist daardoor besef ik hoe bijzonder het is dat onderwijs voor meisjes en vrouwen in Nederland wel vanzelfsprekend is geworden, mede dankzij hervormingen zoals de Leerplichtwet en pioniers als Aletta Jacobs. Vanuit Rotterdam — ik woon nog altijd met trots in die stad — bouwden mijn ouders hier een nieuw bestaan op. Het was oorspronkelijk niet de bedoeling van mijn ouders om permanent in Nederland te blijven, maar juist de zoektocht naar goed en veilig onderwijs liet hun zien hoe groot het verschil was tussen Nederland en de regio waar wij vandaan kwamen. Voor mijn zus, die geneeskunde wilde studeren, bleken toelatingen afhankelijk van connecties en steekpenningen. Goede scholen waren schaars en vaak onveilig te bereiken. Mijn vader realiseerde zich daardoor steeds hoe sterker bepalend onderwijs en veiligheid voor de toekomst van kinderen zijn, zeker voor meisjes.

Voor liberalen is goed onderwijs misschien wel de belangrijkste motor achter vrijheid, zelfstandigheid, sociale mobiliteit, vooruitgang en welvaart. Onderwijs geeft mensen de mogelijkheid om op eigen benen te staan, verantwoordelijkheid te nemen en hun talenten te benutten. Dat is voor mij geen abstract verhaal: het Nederlandse onderwijs heeft mij kansen gegeven die generaties vrouwen in mijn familie nooit hebben gehad en die sommige vrouwen nog altijd niet krijgen. Juist daarom werd ik al jong actief binnen het LAKS, het Landelijk Aktie Komitee Scholieren, waarin ik deel uitmaakte van het dagelijks bestuur. Daar leerde ik hoe belangrijk goed onderwijsbeleid is voor leerlingen, docenten en de samenleving als geheel.

Voorzitter. Nederland heeft gelukkig nog altijd een sterk onderwijssysteem, maar we zien ook dat basisvaardigheden onder druk staan en dat de wereld sneller verandert dan ons curriculum jarenlang heeft gedaan. Twintig jaar lang zijn de kerndoelen nauwelijks aangepast, terwijl de samenleving ingrijpend veranderde. Juist daarom is deze wet belangrijk. Het is positief dat er eindelijk meer duidelijkheid komt over wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Vanuit het onderwijsveld klinkt al jarenlang de roep om meer helderheid over het curriculum en over wat er inhoudelijk van scholen wordt verwacht. Met deze wet wordt daarin een belangrijke stap gezet. Ook waardeert de VVD-fractie dat deze herziening samen met leraren, scholen, experts, maatschappelijke organisaties en leerlingenorganisaties tot stand is gekomen. Dat brede draagvlak is essentieel.

Deze wet richt zich op de vraag welke kennis en vaardigheden wij leerlingen in de kern willen meegeven. Wat de VVD-fractie betreft moeten scholen duidelijke kaders krijgen, maar ook voldoende professionele ruimte behouden. In Nederland schrijft de overheid, mede vanwege artikel 23 van de Grondwet, niet volledig voor hoe onderwijs gegeven moet worden. Daarom werken we met kerndoelen, die richting geven, terwijl scholen ruimte houden voor hun eigen invulling. Juist die balans tussen heldere verwachtingen van de overheid en professionele vrijheid voor scholen past bij ons onderwijsstelsel. Dat begint bij sterke basisvaardigheden. Lezen, schrijven en rekenen vormen de basis voor verdere ontwikkeling, maatschappelijke participatie en economische zelfstandigheid.

Daarnaast is het logisch dat thema's als digitale geletterdheid en burgerschap steviger worden verankerd. Kinderen groeien op in een samenleving waarin onlinebeïnvloeding, desinformatie, algoritmes en sociale media een steeds grotere rol spelen. Digitale weerbaarheid is daarom minstens zo belangrijk geworden als digitale vaardigheden. Vindt de staatssecretaris dat digitale weerbaarheid binnen de nieuwe kerndoelen voldoende expliciet en concreet wordt verankerd? Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn: meer aandacht en investeringen leiden niet automatisch tot betere prestaties. Ondanks jarenlange inzet zien we dat basisvaardigheden nog steeds onder druk staan. Dat vraagt niet alleen om extra middelen, maar ook om duidelijke keuzes, realistische verwachtingen en blijvende focus op kwaliteit in de klas.

Voorzitter. De Eerste Kamer toetst wetsvoorstellen niet alleen op wenselijkheid, maar ook op kwaliteit, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Juist bij een omvangrijke curriculumherziening zijn dat relevante vragen. Daarbij rijst de vraag in hoeverre scholen en onderwijsprofessionals voldoende zijn toegerust om met deze vernieuwde kerndoelen aan de slag te gaan. De kerndoelen zijn immers jarenlang grotendeels hetzelfde gebleven. Is er voldoende expertise aanwezig binnen scholen en lerarenopleidingen? Hoe ondersteunt het ministerie onderwijsprofessionals hierbij via flankerend beleid en praktische ondersteuning?

Daarnaast heeft de VVD een vraag over de structurele actualisering van de kerndoelen. De samenleving verandert voortdurend, net als de kennis en vaardigheden die wij van belang vinden voor nieuwe generaties. Hoe wordt geborgd dat kerndoelen voortaan periodiek worden herijkt en geactualiseerd? Hoe wordt de betrokkenheid van onderwijsprofessionals en het onderwijsveld daarbij structureel verankerd?

In Nederland kennen wij vrijheid van onderwijs als een belangrijk constitutioneel uitgangspunt. Dat betekent dat scholen de ruimte hebben om zelf invulling te geven aan het onderwijs. Tegelijkertijd mag die vrijheid nooit ten koste gaan van de vrijheid en veiligheid van het individuele kind. School moet een plek zijn waar leerlingen zich vrij en veilig kunnen ontwikkelingen, ongeacht afkomst, geloof, geslacht of geaardheid. Dat hoort bij de waarden van onze democratische rechtsstaat. Er mag geen ruimte zijn voor discriminatie of uitsluiting, ook niet wanneer die wordt gelegitimeerd vanuit religieuze overtuigingen. Leerlingen moeten zichzelf kunnen zijn. Een jongen moet verliefd kunnen worden op een jongen en meisjes, ook meisjes met een migratieachtergrond, moeten zelf baas kunnen zijn over hun kleding, hun toekomst, en op wie zij verliefd worden. Kan de staatssecretaris toelichten hoe binnen de nieuwe kerndoelen aandacht wordt besteed aan de praktische betekenis van grondrechten, gelijkwaardigheid en individuele vrijheid? Hoe wordt ervoor gezorgd dat leerlingen niet alleen leren dat grondrechten bestaan, maar ook begrijpen dat die rechten ook daadwerkelijk voor henzelf gelden?

Voorzitter. Goed onderwijs begint niet pas in de klas. We weten inmiddels dat kansenongelijkheid vaak al op jonge leeftijd ontstaat. Tegelijkertijd moeten we realistisch blijven: geen enkele overheid kan alle verschillen in de samenleving volledig wegnemen. Een vrije samenleving moet kinderen echter wel de kans geven om hun talenten te ontwikkelen en volwaardig mee te doen. Daarom is het verstandig om serieus te blijven kijken naar voorschoolse educatie, taalontwikkeling en ouderbetrokkenheid. De voorganger van deze staatssecretaris, Mariëlle Paul, heeft bijvoorbeeld onderzoek laten doen naar de vraag of de leerplichtleeftijd mogelijk naar 4 jaar zou moeten gaan. Dat traject loopt nog. Tegelijkertijd moeten we steeds zorgvuldig de balans bewaken tussen kansengelijkheid, ouderlijke vrijheid en de verantwoordelijkheid van de overheid.

De VVD-fractie vindt daarnaast dat we realistisch moeten blijven over wat we van onderwijs verwachten. Onderwijs is van enorme waarde, maar niet ieder maatschappelijk probleem kan door scholen worden opgelost. Opvoeding, normoverdracht en weerbaarheid beginnen uiteindelijk allereerst thuis. Ook ouders dragen daarin hun verantwoordelijkheid.

Voorzitter. Onderwijs heeft mijn leven veranderd. Het gaf mij vrijheid, kansen en uiteindelijk de mogelijkheid om hier vandaag te staan. Juist daarom moeten wij blijven investeren in sterk onderwijs, duidelijke kerndoelen en sterke basisvaardigheden, niet alleen voor kinderen die vanzelf meekomen, maar juist ook voor kinderen die thuis minder kansen krijgen. Goed onderwijs blijft uiteindelijk de krachtigste motor voor emancipatie, zelfstandigheid en kansen, want uiteindelijk bepaalt goed onderwijs niet alleen de toekomst van een kind, maar ook de kracht en welvaart van het land.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel.

(Geroffel op bankjes)

De voorzitter:

Mevrouw Musa, blijft u staan. Mijn hartelijke gelukwensen met uw maidenspeech. Graag schets ik iets over uw achtergrond. U bent geboren in Pakistan en kwam als baby naar Nederland. Na de middelbare school ging u rechten studeren. U stopte met die studie toen u trouwde. U werd mishandeld en besloot te scheiden van uw echtgenoot. Een ontbinding van het burgerlijk huwelijk was geen probleem, maar het islamitische huwelijk kon niet ontbonden worden. U zat gevangen.

Terug in de universiteitsbibliotheek ontdekte u jurisprudentie van de Hoge Raad uit 1982, waarin huwelijkse gevangenschap werd veroordeeld. Met deze uitspraak ging u naar de rechter en werd u in het gelijk gesteld. Overigens komt het begrip "huwelijkse gevangenschap" van u. Het vormt de basis voor de organisatie Femmes for Freedom, die u oprichtte en waarvan u de directeur bent. Met Femmes for Freedom helpt u andere vrouwen die in vergelijkbare situaties zitten. U zet zich in voor vrouwenrechten in Nederland en ook internationaal. In 2013 kreeg u de Aletta van Nu Prijs en vorige maand ontving u in New York de Global Leadership Award.

Aan de Volkskrant vertelde u in 2018 dat uw vader zijn kinderen voorhield dat de juiste mentaliteit je ver kon brengen, ook als vrouw. "Kijk maar naar Indira Gandhi en Benazir Bhutto", zei hij tegen u. En Benazir Bhutto, de oud-premier van Pakistan, is uw politieke voorbeeld geworden. Met uw werk geeft u invulling aan haar woorden: "Je kunt een mens opsluiten, maar een idee niet. Je kunt een mens verbannen, maar een idee niet. Je kunt een mens doden, maar een idee niet."

U lobbyde lang voor het tegengaan van huwelijkse gevangenschap. Daarvoor kwam u ook naar de Eerste Kamer toen in deze zaal een wetsvoorstel werd behandeld dat dat regelt. Tijdens de stemming in februari 2023 zat u op de publiekstribune en zag u dat het wetsvoorstel met algemene stemmen werd aanvaard. En vandaag staat u hier, op het spreekgestoelte, als lid van de Eerste Kamer.

Nogmaals van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech. Ik geef de collega’s de gelegenheid u te feliciteren, maar ik mag u als eerste feliciteren. Ik verzoek u zich op te stellen voor het rostrum voor de felicitaties.

Ik schors de vergadering.